De vorm van een muziekstuk!

Een mogelijkheid is om een muziekstuk te verdelen in:

Couplet: (Melodie is telkens hetzelfde, tekst is telkens anders)

Refrein: (Muziek en tekst zijn telkens hetzelfde) Tekst niet altijd!

Bridge: (Komt nadat er een aantal coupletten en refreins zijn geweest. Melodie en tekst zijn anders)

Intro/voorspel: Instrumentaal stuk aan het begin van het muziekstuk.

Tussenspel: Instrumentaal stuk tussen de andere delen in.

Naspel: Instrumentaal stuk aan het einde van het muziekstuk.

Fade out: Aan het einde van het muziekstuk wordt alles steeds zachter!

 

Een andere mogelijkheid gebruikt letters.

Bv. A - B - A In zo'n geval staan de zelfde letters voor hetzelfde stuk muziek! In dit geval hoor je een stuk muziek gevolgd door een ander stuk en eindigt het weer met een herhaling van het eerste stuk. Er kunnen meerder letters worden gebruikt. B.v. A - B - A - C - A - B - A

Een variant hierop is het gebruik van een accent. BV. A - A'

A' lijkt dan erg op A maar wijkt op één of meer punten af.

Verschillen kunnen zijn. Een ander einde/slot. A' kan iets langer zijn of de klankkleur kan anders zijn. (Andere instrumenten/stemsoorten.)

Vaak wordt er aangegeven hoeveel maten een stuk duurt. Kijk dan naar de balk (de muziekplayer) van het muziekfragment. Je kan dan een inschatting maken van een maat.

Vormprincipes

Contrast  -  Het gebruik van tegenstellingen (hard-zacht) (hoog-laag)  (kort-lang)(snel-langzaam)(éénstemmig-meerstemmig)    (legato-staccato) (Solist-groep) (instrumentaal/vocaal) etc.

Herhaling  -  Het herhalen van melodieën of onderdelen ervan. (bv. Alleen de toonhoogte, het ritme etc.)

Variatie  -  variatie is in het algemeen het één- of meermalen   herhalen van een muzikaal idee in iets andere vorm dan het   origineel. Dat kan door onderdelen te veranderen. Bv. De   toonhoogte, het ritme, het tempo, de maatsoort etc.

Ontwikkeling-  Een muzikaal idee die steeds verder wordt ontwikkeld. Er kan in zo’n geval worden gestart met een kort motief.